KDC

Volg de ghost 

Ritsen, of mergen, helpt om verkeer in de juiste banen te leiden. Dat geldt voor onze Nederlandse snelwegen maar ook voor ons luchtruim. Van augustus 2016 tot januari 2017 voerde het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) daarom het project ‘Traffic Merging support for Schiphol Approach’ uit, in nauwe samenwerking met Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL). Het doel van deze studie was om een nieuwe merge-ondersteuningstool, voor de nacht-operatie, voor de luchtverkeersleiders zo ver te testen en specificeren dat deze actief gebruikt kan gaan worden.

Van drie naar één

Het doel van het mergeproces op Schiphol is om twee tot drie verkeersstromen met naderend verkeer uit verschillende richtingen op vaste routes samen te voegen tot één stroom (zie figuur 1). De ondersteuningstool dient als laatste controle middels voor de TMA-verkeersleiders van Schiphol om zeker te stellen dat de “merge” veilig verloopt. Tijdens deze studie lag de focus op nachtvluchten omdat er overdag nog geen vaste routes zijn.

 
Figuur 1: drie verschillende naderingsroutes worden samengevoegd tot één richting de landingsbaan

Waar moet de tool in ieder geval aan voldoen?

De belangrijkste eisen zijn:

  1. De tool moet eenvoudig in gebruik zijn.
  2. De tool moet werken op basis van afstanden naar de landingsbaan. In plaats van de vliegtijd naar de landingsbaan.
  3. De tool moet maakbaar zijn op het verkeersleidingssysteem van LVNL
  4. De tool moet eenvoudig te trainen zijn, dit vergemakkelijkt implementatie

Hoe kunnen we de tool daadwerkelijk invoeren?

Om dit zo goed mogelijk te bepalen, ontwikkelden we een prototype van de tool op NLR’s ATC simulator NARSIM. Dit prototype evalueerden we vervolgens op een aantal manieren zodat we zo veel mogelijk verschillende experts konden betrekken bij de uitvoering. Dat deden we met simulatie, door filmpjes aan verkeersleiders te laten zien en tijdens discussiesessies. Op deze manier konden we de tool steeds verder verbeteren.

Maar ook: hoe zorgen we voor een breed draagvlak?

Dit was een belangrijk extra doel van deze studie. We wilden niet alleen draagvlak creëren bij de verkeersleiders, maar ook bij andere betrokken afdelingen van LVNL. Om technische obstakels te voorkomen, overlegden we daarom vanaf het begin intensief met de direct betrokkenen.

De tool werkt …

Verkeersleiders zien unaniem het nut van de ondersteuningstool in hun dagelijkse werk. Dit liet de studie duidelijk zien. Met de discussie en de evaluaties na de simulatiesessies, zorgden we voor overeenstemming over hoe de tool zich moet gedragen. En hoe deze er uit moet zien. Daarbij stonden de doelstellingen steeds centraal: intuïtief, simpel in gebruik, eenvoudig trainbaar en maakbaar. 

… de ghosts kunnen hun werk gaan doen!

De antwoorden op de onderzoeksvragen zijn uiteindelijk vertaald in een aantal systeemeisen die samen de interface en het gedrag van de tool beschrijven. De eisen beschrijven samen een tool die zogenoemde ‘ghosts’ van de ene route plot op een andere route. De afstand tot de baan bepaalt de plaats van de ghost (zie figuur 2). Zo kan de verkeersleider goed inschatten of de vliegtuigen bij het mergepunt voldoende afstand van elkaar hebben. Dit vormt het eindpunt van deze studie en tegelijk het startpunt van de implementatie voorbereiding. Volg de ghost!

  
Figuur 2: de projectie van een radarplot op een andere route

Zoeken

Opdrachtgevers

ienm

Partner KLM

Partner Luchtverkeersleiding